Kol' slaven nasj Gospod' v Sione, Ne mozjet iz'jasnit' jazyk: Velik On v nebesach na trone! V bylinkach na zemle velik! Vezde, Gospod', vezde ty slaven! V nosjtsji, vo dni sijan'em raven.
O Bozje! Vo Tvoje selen'e Da vzydut nasji golosa! I nasje vzydet umilen'e K Tebe, kak utrennja rosa! Tebe v serdtsach altar' postavim; Tebja, Gospod', pojem i slavim!
| | Hoe roemrijk is onze Heer uit Sion, geen taal kan dit uitdrukken, hoog verheven is Hij op Zijn troon in de hemelen, geprezen is Hij ook op aarde in lofliederen: overal, Heer, zijt Gij geroemd, zowel door het duister van de nacht als door het licht van de dag.
O, God, laat onze stemmen in Uw uitspansel doordringen en laat onze liefde opstijgen als morgendauw: voor U stellen wij in onze harten een altaar op. U, Heer, prijzen wij in onze zang.
|
|
|
Laatst geupdate op ( Monday 18 February 2008 )
|